EEN DUURZAAM MATERIALENGEBRUIK EN EEN VERANTWOORDER MANIER VAN PRODUCEREN EN CONSUMEREN: ZO REDDEN WE DE PLANEET

2019 was het jaar van het klimaat. Jong en oud kwam op straat om te ijveren voor een gezonde planeet. Voelt de OVAM die grote bezorgdheid?

“Ja, daar kunnen we niet omheen, maar het is aan ons om duidelijk te maken dat vechten voor een gezonde planeet of voor het klimaat meer inhoudt dan energie besparen of overstappen naar hernieuwbare energie. Hoe belangrijk die zaken ook zijn, uit onze onderzoeken blijkt dat 60 % van de broeikasgasemissies in Vlaanderen veroorzaakt wordt door de manier waarop we met materialen en grondstoffen omgaan. Een duurzame oplossing houdt dus in dat we ook meer aandacht moeten hebben voor een duurzaam materialengebruik en een verantwoorder manier van produceren en consumeren. En ook een duurzaam bodembeheer moet daarin een rol spelen. Gelukkig zijn dat allemaal troeven waar Vlaanderen over beschikt, zo blijkt uit de jaarresultaten van de OVAM van 2019.”

Wat waren voor u de opvallendste evoluties in 2019?

“Ik merk als duidelijke en positieve evolutie dat er vaak een groot draagvlak bestaat voor de ambitieuze toekomstprojecten van de OVAM. Het actieplan Asbestafbouw, dat Vlaanderen
asbestveilig moet maken tegen 2040, wordt goed onthaald. Honderden scholen en lokale besturen maken al gebruik van de ondersteuningsmogelijkheden. De lancering van De Grote Grondvraag leerde ons dat de zorg voor de bodemkwaliteit en het wegwerken van historische verontreiniging leeft bij de bevolking. In amper twee maanden tijd was meer dan een derde van de Vlaamse steden en gemeenten ingestapt in het project en overschreden we de kaap van de honderdduizend gebruikers. Dezelfde evolutie zagen we bij Vlaanderen Circulair. Toen de Green Deal Circulair Bouwen gelanceerd werd, moesten we een tweede ondertekeningsmoment organiseren om iedereen aan bod te kunnen laten komen. Meer dan 300 Vlaamse bedrijven en organisaties uit de bouwsector nemen vandaag deel.”

Op welke resultaten mag de OVAM het meest trots zijn?

“We mogen echt trots zijn op de twee grote internationale congressen die we organiseerden in 2019. Het World Resources Forum en AquaConSoil brachten telkens
honderden mensen uit alle windrichtingen bij elkaar. De congressen verliepen vlot en reikten heel wat boeiende inzichten aan. We hebben ook echt iets gedaan met de
resultaten. We legden nieuwe internationale contacten. We zijn zelf aan de slag gegaan
met de aanbevelingen. En, misschien wel het belangrijkste, de inzichten van die congressen hebben ook hun weg gevonden naar het nieuwe Vlaamse regeerakkoord en zelfs naar de Europese Green Deal.”

De OVAM speelt op het vlak van afval- en bodembeleid een internationale
voorbeeldrol. Hoe maakte ze die rol in 2019 waar?

“De internationale congressen zijn daar een facet van, maar die organiseren we natuurlijk
niet elk jaar. Belangrijker is dat we binnen de OVAM een internationale werking op poten
hebben gezet. Daarmee volgen we de Europese regelgeving op en geven we ze mee vorm, en zijn we aanwezig op internationale fora zoals de OESO en de VN. Daarnaast innoveren we ook zelf door mee te stappen in Europese projecten. In 2019 kwam de OVAM bijvoorbeeld mee aan het stuur te zitten van de EU-projecten Resanat en Narmena, die
zoeken naar natuurgebaseerde saneringstechnieken.”

De voorbije jaren bleek hoe belangrijk sensibilisering en preventie zijn voor de
transitie naar een circulaire economie. Hoe zette de OVAM daar in 2019 op in?

“We zijn van plan om te blijven hameren op preventie en sensibilisering. Preventie en goed sorteren aan de bron zijn de basisvereisten voor de stap naar een circulaire economie. De hoeveelheid huishoudelijk afval daalde nog verder in 2019. Voor het bedrijfsafval zien we nog altijd een heel hoog recyclagepercentage. Toch kan het nog beter. In 2019 pasten we de sorteerregels voor gft aan en startten we met de uitbreiding van de pmd-zak. De volgende jaren trekken we die lijn verder door. Zo willen we tegen 2030 een daling van 25 % van de hoeveelheid te verbranden afval realiseren. Dat betekent een kwart meer preventie en recyclage en een reductie van de CO2-uitstoot met 300 000 ton.”

Test