Bodemonderzoeken zitten in de lift

40%

meer risicogronden voor het eerst onderzocht

De beschikbare ruimte in Vlaanderen is krap, en we moeten er respectvol mee omgaan. Een gezonde bodem is daarbij een basisvereiste. Daarom wil de Vlaamse overheid tegen 2036 alle gronden met een historische verontreiniging in kaart brengen en de sanering ervan opstarten. Een gericht activeringsbeleid spoort eigenaars sinds 2017 aan om hun gronden te laten onderzoeken.

In Vlaanderen liggen zo’n 85 000 gronden met een verhoogd risico op vervuiling. Dat blijkt uit een inventaris die de OVAM en de lokale besturen in 2017 afrondden. Iets meer dan de helft van die gronden is nog nooit onderzocht. “Niet elke risicogrond moet gesaneerd worden. Wel moet op elke locatie een bodemonderzoek worden uitgevoerd, zodat de concrete nood aan saneringen duidelijk wordt”, zegt Nathalie Van Trier, projectcoördinator 2036 bij de OVAM. “Als we alle saneringen tegen 2036 willen opstarten, moeten de oriënterende bodemonderzoeken uiterlijk in 2028 afgerond zijn. Het duurt immers gemiddeld acht jaar om tot een conform saneringsplan te komen. Sinds 2017 voeren we daarom een gericht activeringsbeleid.”

Proactief

Eigenaars van gronden die nog niet onderzocht zijn, schrijft de OVAM sinds vorig jaar zelf aan. Ze krijgen de nodige uitleg over het onderzoeksproces en worden aangespoord om een onderzoek in te dienen. Voor twee specifieke doelgroepen – scholen en particulieren – worden ook ambtshalve bodemonderzoeken opgestart. “Particuliere eigenaars weten vaak niet goed wat een bodemonderzoek inhoudt. Velen hebben ook geen aandeel gehad in de verontreiniging van hun gronden. Daarom kunnen ze een vrijstelling krijgen van de onderzoeksverplichting. De OVAM start dan zelf een bodemonderzoek op. We groeperen vaak meerdere locaties uit een gemeente in één site-onderzoek, zodat we efficiënt kunnen werken”, vertelt Nathalie Van Trier. “Ook voor scholen is de drempel om een eerste bodemonderzoek aan te vragen erg hoog. Zij kunnen eveneens rekenen op de OVAM om een onderzoek op te starten. Ze kunnen ook financiële ondersteuning vragen als een sanering effectief nodig blijkt te zijn.”

Bedrijven moeten een bodemonderzoek in de regel zelf laten uitvoeren. Voor bepaalde sectoren zet de OVAM wel faciliterende initiatieven op. Zo kunnen sectorfederaties raamcontracten aanvragen voor hun leden. “Wie instapt in een raamcontract, hoeft zelf geen bodemsaneringsdeskundigen te zoeken en offertes te vergelijken. Bovendien laten grootschalige contracten de prijs per deelnemer dalen”, weet Van Trier. “Voor de garagesector is intussen ook een bodemsaneringsfonds opgericht. Met een aanpak op maat boeken we in heel wat sectoren vooruitgang.”

“De stijging brengt de saneringsdeadline van 2036 binnen bereik”

Bemiddeling

De proactieve aanpak lijkt grotendeels te werken. In 2018 ontving de OVAM voor bijna 3700 risicogronden een eerste oriënterend bodemonderzoek of een validatie van de beschikbare gegevens. Dat is 25 procent meer dan het jaar voordien. Sinds de start van het versnelde activeringsbeleid in 2017 zijn al bijna 40 procent meer oriënterende bodemonderzoeken ingediend.

Sommige grondeigenaars laten ook na herhaaldelijke motiveringspogingen geen bodemonderzoek uitvoeren. In zulke gevallen steekt de OVAM een extra tandje bij. Nathalie Van Trier: “Voor veel mensen is de onderzoeksverplichting een ver-van-mijn-bed-verhaal. Vooral kleinere bedrijven zien het nut van een bodemonderzoek niet altijd in. Daarom zetten we maximaal in op bemiddeling. Als we na een herinneringsbrief nog geen reactie ontvangen, neemt een bemiddelaar persoonlijk contact op met de betrokken eigenaar. Die persoonlijke aanpak levert heel goede resultaten op. Een zware handhavingsprocedure proberen we zoveel mogelijk te voorkomen.”

Zie ook:  www.ovam.be/2036