Vlaamse overheid wil asbest sneller verwijderen

Lokale besturen krijgen subsidies om asbestverwijdering bij particulieren te ondersteunen.

Asbest werd decennialang gebruikt in bouw- en materiaaltoepassingen. Bijna 2,5 miljoen gebouwen in Vlaanderen kunnen nog asbest bevatten. Omdat asbestmaterialen met de jaren minder veilig worden, keurde de Vlaamse Regering op 20 juli 2018 een versneld afbouwbeleid goed: “Met het actieplan Asbestafbouw ondersteunen we eigenaars om asbest in gebouwen sneller op te sporen en te verwijderen.”

De productie en het gebruik van asbest zijn in Vlaanderen pas sinds 2001 verboden. Gebouwen die voor die datum werden opgetrokken, hebben 70 tot 90 procent kans om asbest te bevatten. Dat is gevaarlijk, want blootstelling aan asbest kan onder meer leiden tot longvlies- en longkanker, strottenhoofdkanker en eierstokkanker. Bovendien bestaat er geen veilige ondergrens: asbest is altijd een gezondheidsrisico.

Asbestinventaris

“Asbest kan zowel hechtgebonden als niet-hechtgebonden zijn. De ‘vrije’ asbesttoepassingen vormen het grootste risico omdat ze meer asbestvezels bevatten, die bovendien makkelijk los kunnen komen. Maar ook in materialen van hechtgebonden asbest, zoals leien en golfplaten, gaan de bindmiddelen na verloop van tijd verweren. Daarom willen we niet alleen vrije asbesttoepassingen zo snel mogelijk verwijderen, maar ook hechtgebonden asbestmaterialen die in slechte staat zijn”, zegt Sven De Mulder van de OVAM.

De eerste stap in het afbouwproces is het probleem in kaart brengen. Werkgevers zijn al sinds 1995 verplicht om voor elke werkplaats een asbestinventaris op te stellen. Vanaf begin 2022 zullen ook verkopers van particuliere gebouwen over een asbestinventaris moeten beschikken. Eigenaars die hun gebouw niet verkopen, worden toch gestimuleerd om de asbestrisico’s in kaart te brengen. De Mulder: “Dat doen we onder meer door informatie te verstrekken, financiële ondersteuning te bieden en in te zetten op ontzorging en kwaliteitsbewaking. Tegen 2032 zou elk gebouw dat voor 2001 gebouwd werd over een asbestinventaris moeten beschikken. Gecertificeerde asbestdeskundigen zullen instaan voor het opmaken van kwalitatieve asbestinventarissen.”

Tegen 2034 moeten de meest risicovolle toepassingen, zoals golfplaten met asbest, verdwenen zijn

Actieplan

De Vlaamse overheid wil asbesthoudende materialen ook versneld laten verwijderen. Daarom keurde de Vlaamse Regering op 20 juli 2018 het actieplan Asbestafbouw goed. Dat actieplan rust op vier pijlers: een volledige inventarisatie, een snelle verwijdering van risicomaterialen, ondersteuning bij die verwijdering en een voorbeeldfunctie voor de overheid.

“Tot voor kort werden asbesthoudende materialen die tijdens werkzaamheden bloot kwamen te liggen, vaak opnieuw bedekt. Die instandhouding is niet langer toegelaten”, weet Sven De Mulder. “Daarnaast streeft het actieplan tegen 2034 naar een verwijdering van de meest risicovolle asbesttoepassingen, zoals niet-hechtgebonden toepassingen en dak- en gevelbekledingen. Voor alle andere asbestmaterialen met een verhoogd risico is de deadline 2040. Die deadlines zijn wettelijk verplicht voor publieke gebouwen. Vlaamse scholen die asbest laten inventariseren en verwijderen, kunnen een financiële ondersteuning krijgen tot 50 procent. Daarvoor sloten we in 2018 een protocol met de sector.”

Ondersteuning

Omdat de OVAM merkt dat veel burgers nog aarzelen om asbest te laten verwijderen, zet ze maximaal in op ondersteuning. Zo kunnen lokale besturen subsidies aanvragen voor het organiseren van asbestafbouwprojecten. Sven De Mulder: “We selecteerden verschillende formules, zoals voordelige ophaling van asbestafval aan huis of een gezamenlijke verwijdering van asbestcementen dak- en gevelbekleding, leidingisolatie en vloerbekleding. Particulieren worden zo ontzorgd en kunnen tot 50 procent besparen. Zowel de overheid als de burgers winnen bij een samenwerking.”

Zie ook: www.ovam.be/asbest